Cassie Claeys

Kinderen van depressieve moeders

Inleiding

Via verschillende onderzoeken is men tot de conclusie gekomen dat baby’s van depressieve moeders zich op motorisch en mentaal vlak minder goed ontwikkelen dan baby’s van niet-depressieve moeders. Kinderen van depressieve moeders hebben ook vaker kans om zelf een depressie te krijgen voor hun 18e. Ze hebben 40% kans terwijl kinderen waarbij de moeder niet depressief is maar 12% kans hebben om zelf een depressie te krijgen.
Toch heeft de uitgebreide onderzoeksliteratuur geen overzicht van het geheel.
Daarvoor is het integratief model van Goodman en Gotlib erg interessant en ook relevant.
Dit model brengt de kwetsbaarheid van kinderen van depressieve moeders in kaart.
Dit model is interessant omdat men probeert de veronderstellingen in verband te brengen met de empirische onderzoeken.

Het model

Goodman en Gotlib beschrijven vier mechanismen die het verband tussen de depressie van de moeder en het minder goed functioneren van het kind verklaren.
Vier mechanismen:
• De genetische predispositie
• Aangeboren disfunctionele neuroregulerende mechanismen
• Beïnvloeding door negatieve cognities, gedragingen en affecten
• Blootstelling aan een stressrijke omgeving

Ieder mechanisme wordt uitvoerig besproken in het artikel.

Verder bespreken ze ook drie belangrijke moderatoren die van invloed kunnen zijn op het verband tussen depressie bij de moeder en pathologie bij het kind.
Drie moderatoren:
• Beschikbaarheid en mentale gezondheid van de vader
• Tijdstip en verloop van de depressie van de moeder
• Temperament, geslacht, intellectuele en sociaal-cognitieve vaardigheden

Iedere moderator wordt uitvoerig besproken in het artikel.

Reflecties bij het model

positief
Het model houdt rekening met het ontwikkelingsmoment waarop het kind geconfronteerd wordt met de depressie van de moeder.
Er is aandacht voor de taken die het kind op dat moment moet kunnen.
Er is ook aandacht voor de rol van wederzijdse en transactionele relaties in gezinnen.

negatief
Men mist wel wat aandacht voor het ruimere sociale netwerk en het belang van sociale steun.
Het kind heeft nood aan een derde betrokken volwassene, die de zorgfiguur bewondert, liefheeft en aanmoedigt in betrokkenheid bij het kind.
Er is ook nood aan betrokkenheid bij het kind door ruimere instituties zoals bijvoorbeeld ‘Kind en Gezin’, kinderopvang, centra voor kinderzorg,…

Besluit

Het model schept een integratiever beeld van het overdrachtsrisico van de depressie.
Het grootste voordeel van het model is dat het de clinicus houvast biedt voor in de praktijk.
Het model schiet echter tekort in de aandacht voor het ruimere sociale netwerk en het belang van sociale steun.

Referentie van het artikel

Casalin, S. & Vliegen N. (2006). Kinderen van depressieve moeders. Tijdschrift voor Psychotherapie, 32, 417-435.

Extra

Voor moeilijke woorden kunt u terecht bij de bronnenlijst en voor een overzichtje van het artikel kunt u terecht bij de powerpoint.
Mijn basisartikel kunt u hier vinden.