Florence Bruneel

Gen-omgevinginteracties in alcoholgebruik

Samenvatting

Het doel van dit artikel is om de huidige status van gen-omgevingstudies in alcoholgebruik en -afhankelijkheid weer te geven. Dit overzichtsartikel hamert op het belang van een combinatie tussen zowel genetische als omgevingsfactoren bij het onderzoek naar de oorzakelijke factoren van alcoholgebruik -of misbruik. Tot op heden (publicatie) zijn slechts zeventien studies hieromtrent bekend. Deze onderzoeken geven echter een heterogeen resultaat, waardoor sterke conclusies trekken onmogelijk wordt. Daarnaast richt het artikel zich ook op de toekomst: Wat zijn de uitdagingen in gen-omgevingstudies?. Ondanks de moeilijkheden rond dit soort studies, zijn ze toch essentieel in het onderzoek naar de oorzakelijke factoren in alcoholgebruik.

Inleiding

De kans op alcoholmisbruik start al in de adolescentie wanneer er sprake is van overmatig alcoholgebruik. Ook blijkt dat alcoholverslavingen vaker voorkomen bij families, dit blijkt uit verschillende adoptie -en tweelingenstudies. Deze studies geven echter geen specifieke genen weer die voor deze erfelijkheid kunnen instaan.
Volgens de moleculaire genetica ligt een mutatie in het DNA aan de basis hiervan. Want dit zorgt voor een verandering in de synthese van bepaalde eiwitten en dit kan leiden tot een verandering in het gedrag van een individu.
Toch zorgen vergelijkingsstudies zelden voor een consistent beeld. Dit komt omdat er te weinig aandacht wordt besteed aan de invloed van de directe sociale omgeving. Vaak wordt er naar genen en het milieu apart onderzoek gedaan op het vlak van oorzakelijkheid, maar daaruit blijkt dat er vaak verkeerde conclusies worden getrokken. Zo kan een bepaald genetisch resultaat leiden tot een foutieve conclusie over de rol van de directe sociale omgeving en sommige genetische factoren komen ook slechts voor in een specifieke omgeving. Het artikel benadrukt sterk de nood aan interactie tussen genen en omgevingsfactoren.

Gedragsgenetische gen-omgevingstudies

Een aantal studies hebben gen-omgevinginteracties bestudeerd vanuit gedragsgenetisch perspectief. Hier gaat het vooral om steekproeven met tweelingen. Binnen deze studies kijken de onderzoekers naar variabelen als huwelijksstatus, religie, woongebied, etc. .

Gen-omgevingstudies in primaten

Bij deze studies gaat het om primaten zoals makaken of bavianen, want hun genetische opmaak komt sterk overeen met die van de mens. Vandaar dat dit soort onderzoeken als relevant model kan dienen naar de genetisch oorzakelijke factoren van alcoholgebruik. Zo bleken makaken met het 5-httlpr-polyformisme meer alcohol te consumeren wanneer ze opgroeiden in een stressvolle situatie, zonder hun moeder.

Specifieke gen-omgevingstudies naar alcoholgebruik in mensen

Wat hier volgt is een overzicht over alle gekende gen-omgevingstudies tot de datum dat dit artikel werd gepubliceerd (2010). De studies werden gegroepeerd naar het gen dat in de interactie met de omgeving werd bekeken.

Zo blijkt dopamine een belangrijke rol te spelen als neurotransmitter bij alcoholgebruik en- afhankelijkheid. Deze stof zorgt namelijk voor het plezierige effect dat we voelen wanneer we alcohol drinken. Een kandidaatgen bij deze dopamineregulator is DRD2 die in combinatie met stress en opvoeding werd onderzocht. Deze resultaten leverden een consistent beeld. Een andere kandidaatgen is DRD4 die werd onderzocht in combinatie met de sociale omgeving. De resultaten van deze onderzoeken bleken echter tegengesteld te zijn aan elkaar.

Daarnaast wordt het serotonerge systeem ook vaak in verband gebracht met alcoholgebruik en- misbruik. Onderzoekers zochten hier interactie tussen het SLC6A4-gen en mishandeling of kwaliteit van de gezinsrelaties gelinkt aan overmatig drankgebruik bij adolescenten (bingedrinking).Maar ook de resultaten van deze onderzoeken gaven geen consistent beeld weer. Een ander gen dat een grote rol speelt bij de serotonineregulator is TPH2, maar uit deze resultaten bleek er geen interactie met stressvolle gebeurtenissen.

Het enzym monoamine oxidase A (MAOA) speelt een rol bij de afbraak van dopamine en serotonine en is zo ook onlosmakelijk betrokken bij de effecten van alcohol. De drie studies die dit onderzocht hebben vonden alle drie een bewijs voor de interactie tussen en polyformisme in dit gebied en de omgeving gelinkt aan alcoholgebruik.

Ook werden er genoomgewijde studies uitgevoerd en vonden onderzoekers op het GABRA2-gen markers die een relatie met alcoholafhankelijkheid lieten zien. Hier werden variabelen als huwelijksstatus onderzocht.

Ten slotte is er het CRHR1-gen dat betrokken is bij de reactie op stress. Ook hierbij werd een bewijs gevonden dat een bepaald polymorfisme in combinatie met stress zorgt voor meer kans op dronkenschap bij adolescenten.

Huidige status van gen-omgevingstudies in alcoholgebruik en -afhankelijkheid

Dit soort studies verschaffen zeker nieuwe en interessante inzichten, maar in de uitkomsten is er zodanig veel variatie (verschillende soorten gen, omgevingsfactoren, etc.) dat het lastig is om deze uitkomsten te vergelijken.

Problemen en uitdagingen in het gen-omgevingonderzoek

Het onderzoeken van gen-omgevingsinteracties brengt veel problemen met zich mee, problemen die het moeilijk maken om de studies onafhankelijk te herhalen en zo minder kans te hebben op fout-positieve resultaten. Deze fout-positieve resultaten komen er door het feit dat de steekproeven vaak te klein zijn.

Referentie:
Van der Zwaluw, C.S., Engels, R.C.M.E. (2010). Gen-omgevinginteracties in
alcoholgebruik. Kind & adolescent, 31(4), 188-203. Doi 10.1007/s12453-010-0721-7

Extra:
Voor moeilijke woorden kunt u terecht bij de woordenlijst, voor een overzichtelijke weergave van deze synthese kunt u terecht bij de bijhorende powerpoint.